|
Rond 1997 ontstond in de eerste graad de behoefte om een aantal gegevens
van de leerlingen systematisch en overzichtelijk bij te houden. De toenmalige
graadcoördinator Walter Verbustel bouwde met dit doel een databank uit.
Na enkele jaren werd deze databank veralgemeend tot de hele school en
voortdurend met nieuwe modules uitgebreid. Walter zorgde er samen met Dirk
Kerstens voor dat onder andere de volgende zaken in het leerlingvolgsysteem
voorzien werden: allerlei klassenlijsten, punten- en attituderapporten, brieven
op naam, verslagen van klassenraden, ouder- en leerlingencontacten, gegevens
over te laat komen, (orde)studies, leerlingenpasjes, proefkeuzes bij de overgang
tussen de graden, studieadvies, … .
Door de centralisatie die op deze wijze wordt bereikt, kunnen alle geledingen van de
school – de leerkrachten, maar ook de directie, de graadcoördinatoren, de prefect,
de medewerkers van het secretariaat en het CLB – met één druk op de knop een
volgfiche van een leerling openen met een overzicht van alle relevante informatie,
verdeeld in rubrieken. Heel nuttig is ook de voorziening waarbij de leerkrachten die
aan een bepaalde leerling lesgeven automatisch op de hoogte gebracht worden
wanneer er nieuwe informatie over die leerling ingevoerd wordt.
Tijdens de deliberaties worden de resultaten van de leerlingen grafisch
voorgesteld en brengt de secretaris onmiddellijk de deliberatiebesluiten in
de databank in. Daarna wordt automatisch een hele reeks administratieve
formulieren gegenereerd.
Omdat het gebruik van het leerlingvolgsysteem steeds meer uitbreidde, was er
op piekmomenten een tekort aan pc’s in de leraarskamer. Dit probleem werd
opgelost toen Dirk Kerstens enkele jaren geleden met SMCweb startte. SMCweb
is een webinterface die het mogelijk maakt om de databank altijd en overal
te bereiken. Een PC met internettoegang volstaat. Een grote meerderheid van de
leerkrachten werkt met dit systeem, vooral tijdens de drukke momenten in een
schooljaar.
Een gelijkaardige webomgeving wordt gebruikt wanneer de leerlingen van het
vierde en het vijfde jaar hun keuze voor de seminariemodules kenbaar maken, en
wanneer de coördinator de verdeling van de modules uitpuzzelt. Ook het actueel
houden van de oud-leerlingengegevens wordt op deze wijze ondersteund.
Dat de laatste doorlichting enthousiast was over deze administratieve
hulpmiddelen en beweerde het nog nergens in Vlaanderen gezien te hebben,
is uiteraard een stevige opsteker voor de school en in het bijzonder voor de
makers. |